De bergen zijn voor ons al jaren een plek waar we graag zijn. Om te bewegen, onszelf uit te dagen, op te laden, ons hoofd leeg te maken en vooral om samen buiten te zijn.
Maar deze zomer was anders. Voor het eerst gingen we de bergen in als gezin van vier: met onze zoon van zes én onze dochter van nog maar twee maanden oud.
We kregen vooraf regelmatig de vraag: “Gaan jullie echt met zo’n jonge baby de bergen in?” Ja, maar wel met een andere mindset dan een paar jaar geleden. Deze keer ging het niet om hoger, verder of sneller. We wilden ontdekken hoe we onze liefde voor de bergen konden blijven beleven in een compleet nieuwe fase van ons leven. Met twee kinderen van totaal verschillende leeftijden, ieder met hun eigen ritme en behoeften. Dat leverde mooie momenten op. Soms ook uitdagende. En vooral diverse nieuwe inzichten.

Voorbereiden op wandelen met kinderen begint thuis
We hadden vooraf bedacht: als we ons goed voorbereiden en onze verwachtingen aanpassen, kunnen we ook met z'n vieren mooie tochten maken.
Helemaal nieuw was wandelen met een baby voor ons niet. Met onze zoon begonnen we al met hiken toen hij drie maanden oud was, maar nu was de situatie anders. We hadden ineens twee kinderen van verschillende leeftijden om rekening mee te houden.
En onze zesjarige? Die kon inmiddels natuurlijk prima zelf lopen. Alleen hadden we vorig jaar ontdekt dat kunnen lopen niet automatisch betekent dat een kind ook altijd wil lopen. En inmiddels was hij toch echt te zwaar geworden om een groot deel van de tocht te dragen.
Een belangrijke les uit onze eerdere bergavonturen namen we daarom opnieuw ter harte: Test je spullen voordat je ze in de bergen nodig hebt.
Je wilt niet pas tijdens je bergtocht ontdekken dat een draagzak niet lekker zit, je rugzak onhandig is ingepakt of bepaalde kleding helemaal niet praktisch blijkt te zijn.
Een hike in Nederland is daarvoor ideaal. Trek de kleding aan die je wilt gebruiken, pak je rugzak zoals je dat in de bergen zou doen en test de draagzak met je baby. Hoewel we geen steile bergen hebben in Nederland, is het de moeite waard om in de duinen of op andere heuvels te testen hoe dit voelt. Vlak lopen op egaal terrein is nu eenmaal anders, dan een steil en hobbelig bergpaadje. En niet onbelangrijk, laat je baby ook vooraf wennen aan het lopen in een draagzak.
Wat zit lekker? Wat schuurt? Waar kun je makkelijk bij? Wat blijkt overbodig?
Met jonge kinderen zijn dat precies de details die je onderweg een hoop gedoe kunnen besparen.
Twee uur wandelen is ineens geen twee uur meer
Wat we vooraf rationeel natuurlijk wel wisten, maar in de praktijk opnieuw ontdekten: met kinderen wandel je in een ander tempo.
Een route waarvoor twee uur staat aangegeven, kan met kinderen zomaar vier uur duren. Of soms nog langer.
Onze zesjarige ziet een steen die absoluut onderzocht moet worden. En daarna nog één. En nóg één. Hij heeft trek. Er stroomt ergens een beekje waar we natuurlijk even moeten kijken. Onze dochter heeft een voeding nodig. Er moet een luier worden verschoond. En onze zoon heeft gewoon even geen zin meer om te lopen.

En precies daar zat voor ons een belangrijke omslag. In plaats van al die momenten zo efficiënt mogelijk te willen organiseren, gingen we ze steeds meer zien als onderdeel van de dag. Een rustmoment is geen verloren tijd. Het ís de tocht.
Onze vuistregel werd daarom: reken bij het plannen van een bergwandeling met jonge kinderen gerust op twee tot drie keer de aangegeven routetijd.
Dat klinkt misschien ruim, maar het geeft rust. En het zorgt voor marge wanneer het weer verandert, een voeding langer duurt of kleine benen simpelweg wat meer tijd nodig hebben.
De avond ervoor werd ons geheime wapen
Met twee volwassenen kun je 's ochtends relatief makkelijk improviseren. Met een baby en een zesjarige werkt dat… iets anders. 😉
Wat verrassend goed werkte, was om zoveel mogelijk de avond ervoor te regelen. Voor het slapen bekeken we nog een keer de weersverwachting. We pakten de rugzakken in en legden onze kleding klaar. Niet heel spannend. Wel ontzettend effectief.
's Avonds als de kids slapen kun je je simpelweg beter concentreren dan tijdens de ochtendspits van een jong gezin. De zesjarige stuitert rond, de baby laat zich horen, want wil drinken, iemand kan zijn sokken niet vinden en onze zoon bedenkt ineens dat hij tóch iets anders mee wil nemen. Juist op zo'n moment vergeet je gemakkelijk iets essentieels. Ook die ervaring hebben we meegemaakt… ;)
's Ochtends deden we daarom alleen nog een laatste check buiten. Hoe voelt de temperatuur écht? Wat doet de bewolking? Hoe ziet het weer om ons heen eruit?
Daarna: goed insmeren met zonnebrand vóór het aankleden, laagjes aan en gaan. We vertrekken liever een beetje ‘comfortably cold’ dan dat we na tien minuten klimmen al bezweet zijn en daarna te snel afkoelen. Tegelijkertijd sta je met kinderen vaker stil dan wanneer je met volwassenen op pad bent. Een extra laag binnen handbereik bleek daarom geen overbodige luxe.
Snacks zijn vaak overtuigender dan goede argumenten
Met een zesjarige leer je snel dat motivatie niet altijd rationeel werkt. Vertellen dat we al een heel eind op weg zijn en dat het uitzicht boven écht waanzinnig wordt, heeft weinig effect wanneer zijn benen moe zijn en de hut nog heel ver weg voelt.
Ook zeggen dat het “nog maar een halfuurtje” is, helpt niet altijd. Tijdsbesef werkt bij jonge kinderen nu eenmaal anders. Een snack daarentegen of een beetje competitie in de vorm van een kleine 'race'… Die kan wonderen doen.
Bij die volgende grote steen nemen we iets lekkers. Ineens blijkt die steen verrassend snel bereikbaar. 😉

We zorgden daarom dat eten, wat lekkers en drinken makkelijk bereikbaar waren. Niet ergens onderin de rugzak, maar zo dat we er onderweg direct bij konden.
Hoeveel water je nodig hebt, hangt af van onder andere de duur en zwaarte van de tocht, temperatuur en omstandigheden. Zorg er in ieder geval voor dat je vooraf bewust bepaalt wat je voor iedereen nodig denkt te hebben. (Wij hanteren bij warmte veelal 1-1,5 liter per persoon, maar dit hangt ook af van de 'bevoorradingsopties' bijvoorbeeld bij een hut.)
En er werkte nog iets verrassend goed: van de wandeling zijn avontuur maken. Stenen zoeken met magische krachten. Een kleine opdracht uitvoeren. De volgende routemarkering vinden. Een beekje met kikkervisjes verkennen, samen zoeken naar bergdieren, etc.

En dan was er nog een baby…
Een baby van twee maanden voegt weer een compleet andere dynamiek toe. Voedingen (wij voeden nog op verzoek), bepalen mede het ritme. De draagzak vraagt aandacht. Bescherming tegen zon, wind en temperatuurverschillen wordt belangrijker. En ook bij het kiezen van routes en hoogte wilden wij voorzichtig zijn.

Dat betekende voor ons vooral: andere routes kiezen dan we zonder baby zouden doen, snelle hoogteverschillen vermijden (daardoor vielen voor ons routes die starten met snel stijgende liften of met pieken op hoogtes boven de 2500m af) en minder rigide plannen maken. We konden vooraf een prachtige route hebben uitgezocht, maar uiteindelijk bepaalde hoe iedereen zich die dag voelde mede wat verstandig was.

Soms betekende dat eerder stoppen. Soms een langere pauze. En soms gewoon een andere route kiezen. Dat was eigenlijk helemaal niet erg.
Wat daarbij hielp, was hiken in een gebied dat we al kenden. Als je weet welke alternatieven er zijn, waar je kunt inkorten en welke routes eventueel geschikter zijn, wordt bijsturen veel makkelijker. Dus ken je een gebied nog niet, dan is vooraf goed bestuderen van een gebied een goede alternatieve optie.
Plan B bleek soms gewoon het betere plan
Misschien is dat wel onze belangrijkste learning van deze zomer.
Wij zijn allebei gewend om een doel te hebben. Een route. Een top. Een afstand.
En natuurlijk zit er iets bevredigends in het volbrengen daarvan, maar met jonge kinderen werkt die logica niet altijd.
Wanneer de energie bij onze zoon eruit was, het weer veranderde of het ritme van onze dochter iets anders vroeg, moesten we onze oorspronkelijke plannen soms loslaten.
Een volgende keer zouden we daar vooraf zelfs nóg bewuster rekening mee houden: meerdere routeopties klaarzetten, weten waar we kunnen inkorten en niet één eindpunt als maatstaf nemen voor een geslaagde dag.
Omkeren of inkorten betekent niet dat de tocht mislukt is.
Sterker nog: met kinderen kan het precies de beslissing zijn waardoor iedereen met een positief gevoel terugkijkt. En uiteindelijk is dát veel belangrijker. We willen niet dat onze zoon na een lange dag denkt:
“Ik wil nooit meer wandelen.”
We willen dat hij vraagt:
“Wanneer gaan we weer?”
Onze 6 tips voor wandelen met jonge kinderen in de bergen
Als we onze ervaringen terugbrengen tot zes praktische lessen voor ouders die zelf met jonge kinderen willen hiken:
1. Test je spullen thuis
Maak eerst een hike in Nederland met je rugzak, draagzak, schoenen en kleding. Ontdek wat wel en niet werkt voordat je de bergen in gaat.
2. Start vroeg en plan ruim
Vermijd waar mogelijk de grootste warmte en reken met jonge kinderen gerust op twee tot drie keer de aangegeven routetijd.
3. Bereid zoveel mogelijk de avond ervoor voor
Check het weer, pak je rugzak en leg kleding klaar. Doe 's ochtends nog een laatste check en werk met laagjes.
4. Houd eten en drinken binnen handbereik
Snacks kunnen onderweg een verrassend krachtige motivator zijn. Bepaal vooraf hoeveel drinken je nodig hebt op basis van de duur en zwaarte van de tocht en de omstandigheden.
5. Maak van wandelen een avontuur
Spelletjes, kleine opdrachten en verrassingen onderweg zijn voor een kleuter vaak veel interessanter dan de top die jij zo graag wilt bereiken.
6. Durf je plan los te laten
Een kortere route, extra pauze of plan B kan precies zijn wat nodig is om van de dag een positieve ervaring te maken.
Avontuur laten meebewegen
Wat deze zomer ons misschien wel het meest heeft gebracht, is een andere manier van kijken naar avontuur.
We houden nog steeds van fysieke uitdagingen. Van lange dagen buiten. Van een top bereiken. Van dat voldane gevoel na een stevige inspanning, maar er zijn fases in het leven waarin avontuur (tijdelijk) een andere vorm krijgt.
Deze zomer zat het succes niet in het beklimmen van een specifieke top of in lange dagen trailrunnen. Het zat in onze zoon die enthousiast voor ons uit liep. In samen ergens zitten voor een voeding, met uitzicht op de bergen. In een onverwacht lange pauze waarin we samen spelletjes deden. In ons tempo aanpassen. In besluiten dat een kortere route vandaag eigenlijk een beter idee was.
En uiteindelijk in met z'n vieren weer beneden aankomen met het gevoel dat we samen een geweldige dag buiten hadden beleefd.
Het doel was deze keer meer bescheiden en bestond vooral uit samen buiten zijn. Onze liefde voor de bergen delen met onze kinderen. En ontdekken hoe we het avontuur kunnen blijven opzoeken op een manier die past bij de fase waarin we nu zitten.

Misschien is dat uiteindelijk ook waar Mountain spirit. For life. voor ons op dit moment over gaat. Niet het avontuur uit je leven laten verdwijnen, maar het avontuur steeds opnieuw laten meebewegen met je leven.
Marjolein & Wouter
Founders Alpine Hub

